vrijdag 10 februari 2017

Winterbanden en eierwarmers



De winter wil niet. Nou ja, ze is er wel, maar zo grijs en koud als vrouw holle op geitenwollen sokken. Ze kijkt door de ramen van ons huis naar binnen als een verloederde loopse hond die haar reu kwijt is en derhalve haar vlag maar zet tegen de muur van een pisbak.
Lichte sneeuw, kou, wind en donker. Niet echt het winterweer wat je doet verlangen naar buiten te gaan om lekker te wandelen in de gezonde lucht. Geen weer waarin kinderen gillen van het plezier met hun slee, wat met sneeuwballen gooien of sneeuwpoppen bouwen. 
Ik houd van het geluid van kinderstemmen. Tis bijna hemels en opent luikjes in je eigen ouder wordende kop. Je bent weer een jongetje en sleept op het kleine achteruitje van de woning met emmers om een sneeuwpop te bouwen die gelijkt op een Jehova’s getuige  met een flinke wachttoren in zijn broek. Ik houd van een gebreide eierwarmer op niet nader te benoemen plaatsen. Ik houd van lange onderbroeken, de adem stomend uit de mond van een blonde vrouw met dikke zwoele lippen ernstig rood met lippenstift. De zware wintergeur van haar op deze tijd afgestemde parfum.
Misschien als we morgen ontwaken dat de hemel ons trakteert op een extra laagje poedersuiker. Onhandig voor de ouderen, maar die kunnen mij even de pot op hoor. Die hebben jarenlang zelf heerlijk gespeeld in wat koning winter aan sneeuw liet vallen, dus niet leuteren als het zou gaan sneeuwen. En dan, laat dan van mijn part sneeuwbanden om je rollator zetten….


dinsdag 7 februari 2017

Beetje winter in de Molenwaard



Paardenworst

Vroeger aten wij thuis wel eens een plak gebakken bloedworst met spekjes erin. Dat smaakte best, zeker in de winter. Ik heb het laatst weer eens geprobeerd maar de smaak was niet die ik mij herinner. Heb het derhalve maar aan de hond gegeven. Paardenworst dan maar? Maar ja, zeg nu zelf, als je vlak bij een manege woont, krijg je toch ook een geheel andere kijk op paardenworst ook. Ik wil niet lullig doen, maar wat zit er eigenlijk in “boerenmetworst”? Een boer compleet mét worst?
Je hebt ossenworst, dat is van een os, dat spreekt. Een os is overigens een gesneden stier. Wat te denken geeft, want dat is dus dubbelop snijden. Besnijden en aan plakjes wat mij tamelijk wreed overkomt. Dan is er harde worst. Zonder potentieproblemen dus. En je hebt droge worst. Dat moet er een zijn na de sterilisatie. Noem het de penopauze. Knakworst lijkt me overigens bijzonder pijnlijk, maar wie ben ik.
Hansworst is gewoon een sukkel, punt uit. Gekruide slagers grilworst. Je kijkt toch heel anders tegen zo’n eunuch-slager aan die zijn eigen worst kruidt, grilt en in de verkoop doet. Je moet het maar durven.
Dan is er kookworst, maar die vertrouw ik niet omdat het riekt naar uitgekookte worst en dat is me te link. Snijworst moet islamitisch zijn of Joods en zal wel komen van de noemer: besnijdenisworst. Leverworst met kaas is ronduit iets wat nodig onder de douche moet me dunkt. Tongenworst is meer voor de jongeren, die moeten dat nog leren.
Metworst lijkt me geschikt voor alleenstaande vrouwen. Je gaat dan toch weer met worst naar huis. Een beetje de tegenhanger van beleg voor de mannen dat men likkepot placht te noemen. U hebt het niet van mij, maar slagers zijn nu ik er goed over nadenk, potentiele smeerworsten…