dinsdag 6 december 2016

Winter op de tiendwegen van de Alblasserwaard


De Sperwer (molenwaard)



In de vlucht is de Sperwer beslist geen snelle rakker en hij moet het voor zijn voedsel dan ook van de zogenaamde verrassingsaanval hebben. Daarbij klapt het vanuit de hoogte bovenop een prooi met een snelheid van ruim 40 km per uur. Vergelijken wij dit met de Slechtvalk die met ruim 300km naar beneden komt suizen dan begrijpen we dat de Sperwer beslist geen snelheidsduivel is. Maar mooi is ze zeker wel en eigenlijk best wel klein. Met een cm of 38 houd het wel op. En toch zijn ze in staat om een Houtduif die even groot is als de Sperwer zelf te doden en op te peuzelen. Ik mocht deze foto maken in de Fotohut van Groot Ammers waar er zelfs twee zaten die zich kwamen wassen in de vijver.

Exoten Molenwaard



 Hoewel de Romeinen toch ruim 300 jaar in Nederland hebben rondgelopen, zijn er nog maar bar weinig zichtbare resten over. Goed, onze wegenbouw, de wijze waarop rechtbanken en overheden etc. functioneren, de aanduidingen (lees Romeinse cijfers) op onze tijds aan duiders, de recht voering in het algemeen, allemaal resten van het oude Rome. En niet te vergeten de Fazant.
Een smakelijk stukj...
e wild waar de Romein niet zonder kon en dus namen ze deze gevederde rakkers mee ons landje binnen. Zo nu weet u waarom er overal zoveel Fazanten rondscharrelen. Want na het vertrekken van de Romeinen namen ze de ontsnapte exemplaren niet meer mee naar Rome en dus stikt het hier van de Fazanten die zich zeer wel thuis voelen in ons nedergelegen landje. Ik mocht deze gisteren in de vogelhut van Ammers op de foto zetten. Het probleem met exoten is alleen dat ze vaak zo woekeren. Neem de grote waternavel. Het waterplantje is afkomstig uit Noord-Amerika en is als vijverplant in Nederland geïntroduceerd.
Het onschuldig ogende plantje is een ware woekeraar, waardoor de plant vanuit een klein stekje in korte tijd een groot wateroppervlak kan bedekken. De planten belemmeren dan de waterafvoer. De plant verdringt de inheemse begroeiing en aanplanting evenals de daarvan afhankelijke dieren, zoals bepaalde libellensoorten. Enfin, zover als met kroos zal het niet komen met de fazant. Worden het er te veel dan vreten we ze gewoon op…

maandag 5 december 2016

Wintermoment (Alblasserwaard)

Verlangen naar paksneeuw en ijskoude kussen
De winter kust de tiendwegen met een ijzige adem spierwit. De nachtvorst kietelt ons neder gelegen landje alvast een beetje. Zal het een strenge winter worden met sneeuw of rijp aan de bomen? Met schaatsplezier en sleetje rijden? Warme worst en erwtensoep? Warme glühwein en de openhaard vol vrolijke vlammetjes? Ik hoop het want ik houd ervan.
Wat is nu het hoogtepunt van het wintergevoel voor mij? Dat is een gebeurtenis die nooit m...
eer plaats zal vinden nu ik gestopt ben met werken vorig jaar. Het jaarlijkse etentje op de zaak met al de bouwvakkers. Dikke, dunne, ongeschoren, grote monden, ruw van handen en zacht van inborst. De Bakken chineeseten op die laatste dag en dan maar eten met 50 man in de bedompte kantine. Bier, wijn, cola, fris, een sigaar, lachen, een kus aan een of meer mooie meiden van de zaak, want je bent dan toch vrijer dan anders. Of komt het door de wijn? Het besef samen één te zijn. Te gaan voor één zaak en dan, als de winter aanbreekt en de vrije dagen in het verschiet liggen door de koude avond naar huis op de fiets. Dat fietsen hoort erbij. Met een touwtje je kerstpakket achterop gebonden en dan maar trappen door de bijtende koude.
Of nog mooier als er sneeuw ligt lopen. Paksneeuw moet het zijn. Knars, knars, knars onder je voeten. Een gevoel dat nergens mee te vergelijken is. Je hebt je eten binnen, je gezelligheid, die paar kussen vast als voorproefje op het te komen oud en nieuw, de paar glazen wijn en dan op huis aan. Een van de mooiste wintermomenten voor een bouwvakker. Ik moet het dit jaar missen maar wie weet droom ik er van….

vrijdag 2 december 2016

Winter in de Alblasserwaard

Graafland ontwaakt. Alles is nog stil. De weilanden zijn wit bevroren en er staat geen zuchtje wind.In de sloot tobben twee zwanen zich voort en klimmen op het ijs maar door hun gewicht zakken ze er steeds doorheen. Op het bevroren gras huppelt een haasje dat ontkomen is aan de jagers. Van mij mag hij. De winter kijkt door de ramen van ons huis naar binnen gelijk een wulpse ijskoningin die opgewarmd wil worden. Mij gezien. Kouwe jatten "an" me lijf daar ril ik van. Dan maar versleten worden voor ijskonijn.....

donderdag 1 december 2016

Bosjesmannen en fotografen


 

Sprookjes overkomen je soms. Je moet er wel oog voor hebben en heel vroeg de polder in. Dan zweven er vaak van die slierten nevelen der nacht boven de velden die je echt even met je ogen laten knipperen. Je verwacht elk ogenblik elfjes en feetjes maar op zijn best rijdt er een dikke boerin voorbij op een oude trekker terwijl de vlokken stront om je oren vliegen, maar ook dat is voor de juiste beschouwer een feestje.

De winter bijt in je handen en oorlellen als een wulpse vrouw die de remmen even los gooit. Aan je snor hangen ijspegels en rammelen onder je neus. Een groepje schoolkinderen trapt zich voort tegen de ijzige wind en rijdt zonder handschoenen de nevel der polder binnen. Een laat buiten staande koe laat een enorme wind die dampig vanonder zijn staart het zwerk verkiest.

Bij de oude boerderij van J de Beste hangen lange onderbroeken boven de potkachel te drogen aan een waslijntje. Ik loer naar binnen maar zie hem niet. Het achterland boert en windt stinkende dampen de atmosfeer binnen die geuren naar verrotting en verderf. Ik denk terug aan mijn kinds jaren waarin ouders waarschuwden om vooral niet te dicht bij de waterkant te komen vanwege de bullebak die je de sloot in zou trekken. Maar dat de Bullebak ook zo’n stank kon verspreiden wist ik niet.

Een boer staat bij een aantal schapen en krabt heftig aan zijn kont alsof hij wormen heeft. “Mogé”, roept hij terwijl een sigarenpeukje vrolijke huppelbewegingen maakt onder zijn zinksnijder. Een eenzame mede-fotograaf struint met een statief langs de molenvliet maar groet je niet terug. Fotografen zijn vaak ballerige mannetjes met meer geld dan hen lief zou moeten zijn. Ze kijken naar elkanders lenzen en materiaal als Bosjesmannen elkanders peniskokers beschouwen en gokken naar wat er onder verborgen zit. Persoonlijk vind ik de meeste fotografen geen prettig volk. Ikzelf vorm gaarne de uitzondering op deze groep ballerige mannetjes die hun gebrek aan gezonde libido verwisselen voor lange lenzen.

De zon komt op en dompelt alles in een onwerkelijk oranje gloed. Weer een nieuwe dag. Dat het voor een ieder een mooie mag zijn….